Nieuws

Geen roof van Joods erfgoed bij gemeente Elburg

9 mei, 2022
elburg.nl logo elburg.nl

Bij 89 gemeenten in Nederland is goed gekeken hoe zij tijdens en na de Tweede Wereldoorlog hebben gehandeld tegenover hun Joodse inwoners. Eén ervan is de gemeente Elburg en afgelopen zaterdag zijn de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt. Het rapport heet “Na de bevrijding…Gevolgen en nasleep van de Holocaust voor de Joodse inwoners van Elburg”. Volgens burgemeester Jan Nathan Rozendaal toont het rapport aan dat de voormalige gemeente Elburg zich niet schuldig heeft gemaakt aan discutabele onteigeningen: “Historicus en oud-geschiedenisdocent Willem van Norel heeft een grondig onderzoek verricht, waarvoor ik hem hartelijke wil bedanken! Gelukkig is er geen sprake van ‘roof’ van Joods onroerend erfgoed. Wel zien we ook hoe de toenmalige gemeente Elburg – net als in andere gemeenten – belasting blijft innen terwijl mensen afgevoerd waren. Dat geeft een dubbel gevoel.”

Advertentie

Volgens historicus Willem van Norel waren de inwoners overwegend (sterk) Oranjegezind en Duits-vijandig: “Daar zijn sprekende voorbeelden van. Burgemeester van Lynden moest zelfs in 1944 onderduiken. Door zijn handelswijze was zijn positie tegenover de bezetter onhoudbaar geworden. In Elburg zelf waren zo’n 35 Joodse volwassenen en kinderen ondergedoken. Daar sprak men niet over, dat was gevaarlijk. Men ervoer het als vanzelfsprekend om dit te doen. Bij het gemeentelijk apparaat is niet alles gegaan zoals het hoorde. Het blijven heffen van de zogenoemde straatbelasting getuigt van weinig empathisch vermogen. Dit is in sommige gevallen zelfs tot het jaar 1950 doorgegaan, totdat officiële verklaringen van het Rode Kruis de dood van een aantal Joodse burgers uit Elburg bevestigden. Ook de verwaarloosde staat waarin de synagoge en de Joodse begraafplaats na de oorlog verkeerden, getuigt van weinig respect naar de bijna verdwenen Joodse gemeente van Elburg.”

Groot contrast

Burgemeester Jan Nathan Rozendaal constateert dat gemeentelijke handelwijze kil en bureaucratisch overkomt: “Het contrast met hoe we nu omgaan met dergelijke situaties is groot. Zo hebben we in coronatijd bijvoorbeeld afgezien van het innen van reclamebelasting en terrasbelasting voor ondernemers. Dan is het pijnlijk om te lezen dat destijds belastingen wel doorliepen voor mensen die afgevoerd waren.”

Het rapport “Na de bevrijding…” van Willem van Norel gaat in op alle in Elburg destijds wonende Joodse burgers en wat er van hen terecht is gekomen. Ook gaat Willem van Norel in op het ontstaan van de Sjoel en de Joodse begraafplaats. Uit het rapport klinkt een heel ander tijdsbeeld door. Zo trots als men nu is op de monumenten en op de Sjoel, kort na de oorlog was hier geen (financiële) ruimte voor. Het Agnietenklooster, de 1e Openbare School en de Sjoel verkeerden in een slechte staat. De synagoge zou ten prooi gevallen zijn aan vandalisme: ingegooide ruiten en verdwenen relikwieën. Uiteindelijk kocht de gemeente de synagoge, om er een andere bestemming aan te geven.
“Nu zouden we op een veel respectvollere manier omgaan met een dergelijk gebouw,” stelt burgemeester Jan Nathan Rozendaal vast.

Bekijk het volledig rapport “Na de bevrijding…”.

Bron: elburg.nl